Speech Karel Baert Economic Event 2025

Blijf up to date met de laatste maatregelen vanuit de financiële sector

Speech van Karel Baert, CEO van Febelfin, tijdens het Economic Event 2025 van Febelfin.

Dames en heren,    

Geachte mevrouw de Minister,    

Ik hoop alvast dat jullie evenveel als ik, van het debat genoten hebben, en ik ben heel blij deze avond te mogen besluiten. Wat voor mij heel duidelijk naar voor kwam vanavond: onze banken ondersteunen ten volle onze bedrijven. Jaarlijks lenen de Belgische banken voor meer dan 50 miljard euro nieuwe kredieten aan de bedrijven, de totale kredietportefeuille aan bedrijven bedraagt meer dan 200 miljard EUR. Drie kwart van alle lange termijnleningen op de balansen van de bedrijven is een banklening. Dit is wat investeringen, innovatie en een groeiende welvaart mogelijk maakt.    

Maar vandaag staan België en Europa voor een enorme uitdaging. Een diepe investeringskloof ligt voor ons. Willen we onze groene en digitale en defensietransitie waarmaken, onze innovatiekracht en onze groei versterken en de infrastructuur van de toekomst bouwen, dan hebben we in Europa de komende tien jaar elk jaar zo’n 500 tot 800 miljard euro extra aan investeringen nodig. Voor België kan je spreken over een bijkomende jaarlijkse investeringsbehoefte van ongeveer 15 miljard euro.    

De uitdagingen zijn dus enorm, en de bedragen waarover gesproken wordt immens. Maar dat betekent ook dat er gigantische opportuniteiten zijn. Want als we wél durven investeren, dan ligt er een enorme kans om onze economie toekomstbestendig te maken en onze welvaart veilig te stellen.     

Ik vertel u hiermee niets nieuws. Dit is in essentie een samenvatting van het Draghi-rapport.    

Alleen moeten we daarbij ook realistisch blijven. Onze rol als banken is ervoor te zorgen dat de economie op een stevige fundering blijft staan. Dat doen we door verantwoord te financieren — en vandaag slagen we daar al uitzonderlijk goed in: de weigeringsgraad ligt bijzonder laag. Maar om jaarlijks 15 miljard extra financiering mogelijk te maken, zou onze kredietproductie met zo’n 30% moeten stijgen. Dat is een enorme versnelling, die alleen kan slagen als we onze stabiliteit en veerkracht centraal blijven plaatsen.    

Vanavond heb ik ook goed geluisterd. Ondernemers en KMO’s hebben duidelijk gemaakt dat er nog altijd hinderpalen bestaan bij financiering. De ervaringen en suggesties die werden gedeeld zijn een waardevolle bron om de dienstverlening nog verder te verbeteren.   

De recente lancering van KUBE past precies in dat verhaal. Door de dataverzameling en –uitwisseling inzake duurzaamheidscriteria te verbeteren, kunnen bedrijven veel efficiënter hun duurzaamheidsrapport opmaken en de informatie aanleveren die nodig is. Dat vermindert de last bij ondernemers en verhoogt de kwaliteit en transparantie van data. Meer data dienen uiteindelijk één doel: ondernemers sneller en beter helpen groeien.  

En wat mij hoopvol stemt: we willen allemaal vooruit. In die context willen we dan ook graag de hand reiken om samen te werken in het kader van het KMO-plan van Minister Simonet. Ik geloof dat we — door samen te werken en elkaar te blijven uitdagen — tot oplossingen kunnen komen die werken voor ondernemers, voor de economie én voor de financiële sector.  

Maar dan moeten de randvoorwaarden wel juist zitten. Want bankieren krijgt in ons land niet altijd de erkenning die het verdient. Terwijl we net een cruciale rol spelen in het financieren van de economie en het ondersteunen van ondernemers. Bij elke begrotingsronde wordt de rekening doorgeschoven naar de banken, alsof onze capaciteit eindeloos is. Ook deze regering heeft eerder deze week beslist om de banklasten opnieuw met 150 miljoen euro per jaar te verhogen, bovenop wat reeds in het regeerakkoord werd afgesproken. Dit is niet bepaald hoe je een activiteit stimuleert. Integendeel, dit schaadt de economische groei. Meer bankbelastingen vertalen zich in een verminderde capaciteit om leningen te geven. Met 150 miljoen euro aan extra kapitaal kunnen de banken immers voor 2,2 miljard euro aan leningen geven. Nu gaat die capaciteit verloren, ondanks de noodzaak eraan.     

Pleiten we er dan voor dat banken geen belastingen moeten betalen? Natuurlijk niet. Ieder moet zijn deel bijdragen, maar de banken doen nu al veel meer dan dat. In Europa staan we op de eerste rij voor de hoogste lasten op banken én eerder achteraan qua rendement op eigen vermogen. Niet noodzakelijk het recept voor een sterke, veerkrachtige en competitieve banksector die cruciaal is voor de duurzame economische groei van bedrijven in België.    

Dit neemt de slagkracht weg van onze Belgische banken in een Europa dat steeds sterker wil inzetten op haar competitiviteit en de versterking van haar kapitaalmarkt, en staat dus haaks op de doelstelling van Europa om een Savings and Investment Union te creëren.    

De terechte vaststelling is immers dat onze Europese kapitaalmarkt te versnipperd is. En dat we dringend moeten evolueren naar een grotere paneuropese markt. Het is cruciaal om kapitaal op Europese schaal te laten stromen naar bedrijven en projecten die financiering nodig hebben. Dit is geen puur technisch-financieel verhaal. Het is essentieel voor de Europese competitiviteit en strategische autonomie, en raakt de hele economie.  

Voor bedrijven betekent dit een betere toegang tot alle vormen van financiering, van KMO’s tot grote bedrijven die op wereldschaal opereren. Maar ook voor investeerders, waaronder de gewone retailbelegger, is zo een eengemaakte markt een goede zaak. Het brengt mensen dichter bij de beurs en maakt de weg vrij om het enorme spaarvermogen van Europese gezinnen meer rechtstreeks te laten werken voor ondernemerschap, innovatie en jobs.   

En precies daarom baart de aankondiging van de nieuwe begrotingsmaatregelen zorgen. Naast de reeds geplande invoering van de meerwaardebelasting, staat ook de verdubbeling van de effectentaks haaks op de doelstelling om investeringen te stimuleren en de kapitaalmarkten te activeren. In plaats van kapitaal aan te trekken, duwen we het verder weg van onze eigen economie. Als we echt willen dat België meedoet aan de kapitaalmarktunie, dat ondernemerschap floreert en dat innovatie ruimte krijgt, dan moeten we onszelf de vraag durven stellen: welke fiscale keuzes stimuleren investeringen, en welke remmen ze af?   

Als we willen dat ondernemerschap wordt beloond en dat innovatie niet vertrekt maar juist thuiskomt in België, dan is er dus maar één weg vooruit: een klimaat te creëren waarin burgers met trots investeren in de groei van onze bedrijven. Dat zou onze concurrentiekracht versterken en ons land opnieuw aantrekkelijk maken als plek waar ondernemingen willen investeren, creëren en bloeien. Dat is een keuze voor economische vooruitgang, voor jobs, voor welvaart.   

Onze economie is een ecosysteem: banken, bedrijven, burgers en overheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat één onderdeel schaadt, raakt het geheel. Wat één onderdeel versterkt, komt iedereen ten goede. Daarom zijn dialoog, samenwerking en wederzijds begrip essentieel. Vanavond hebben we bewezen dat dit mogelijk is. En ik ben ervan overtuigd dat precies dát de sleutel is om de welvaart en het welzijn van morgen te bouwen.  

Graag wil ik iedereen van harte bedanken die eraan meegewerkt heeft deze avond mogelijk te maken. Beide excellenties, alle gasten van vanavond en ook u allen,  bedankt voor uw komst.  

Wij zijn vastberaden dit soort events in de toekomst nog te organiseren omdat wij ervan overtuigd zijn dat de cruciale rol van onze sector voor de welvaart van dit land niet genoeg benadrukt kan worden. Ik dank u voor uw aandacht.