4 augustus 2026 - 3 min leestijd
Febelfin heeft het consumentenkrediet voor renovatiedoeleinden en energiebesparende investeringen in het tweede kwartaal van 2026 van naderbij onderzocht. Er werden ongeveer 8.950 consumentenkredieten voor energiebesparende investeringen toegekend. Dit betekent een stijging van 1,4% in aantal en een stabilisering in bedrag ten opzichte van 2025. Daarnaast kende de kredietverlening voor de aankoop van voertuigen in dezelfde periode een daling, al blijft de financiering van ‘groene’ voertuigen verder toenemen.
In totaal werden in het tweede kwartaal van 2026 iets minder dan 20.400 nieuwe consumentenkredieten afgesloten voor renovatie, dit betekent een stijging van 5,2% in vergelijking met dezelfde periode in 2025. Enerzijds gaat het om kredieten die bestemd zijn voor algemene renovatiewerken, anderzijds om investeringen in energiebesparende maatregelen.
Het consumentenkrediet voor andere doeleinden steeg in aantal nog met 3,9%, maar daalde in bedrag met 11% ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025. De groei, in aantal, van de kredieten voor renovatie is een positief signaal voor de vernieuwing van het Belgische vastgoedpark.
Hypothecaire kredieten voor de aankoop en/of renovatie van een woning worden in deze cijfers buiten beschouwing gelaten.
Kredieten voor energiebesparende investeringen, zoals de installatie van een warmtepomp, zonnepanelen of bijkomende isolatie vertonen slechts een beperkte stijging. We stellen immers slechts een stijging vast: +1,4% in aantal en een stabilisering in bedrag in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.
Die beperkte groei doet zich voor in een context die vrij vergelijkbaar is met die van de energiecrisis in 2022, gelet op de blijvende spanningen vandaag in het Midden-Oosten. In vergelijking met dezelfde periode in 2022 is er echter een duidelijke daling van 43% in aantal en 14,4% in bedrag.
Het tweede kwartaal van 2026 kende de kredietverlening een daling van de consumentenkredieten die bestemd zijn voor de aankoop van voertuigen. Bijna 33.600 kredieten werden toegekend voor tweedehandsvoertuigen, tegenover 33.200 voor nieuwe voertuigen. Dat betekent, in aantal, een daling van 6,4% voor nieuwe voertuigen en 2,6% voor tweedehandsvoertuigen in vergelijking met dezelfde periode in 2025.
Binnen de duurzame mobiliteit blijft het aandeel gefinancierde ‘groene’ voertuigen wel toenemen. In het tweede kwartaal van 2026 werden iets minder dan 3.000 kredieten toegekend voor de aankoop van een nieuw voertuig in de categorie ‘ECO’, terwijl iets minder dan 1.600 kredieten werden toegekend voor tweedehandsvoertuigen binnen dezelfde categorie. Dat betekent een stijging van 28,2% in aantal voor nieuwe voertuigen en 58,5% voor tweedehandsvoertuigen.
"De stijging, hoe bescheiden ook, van kredieten voor energiebesparende investeringen is een positief signaal. Maar deze evolutie moet nog toenemen en versnellen. De klimaatuitdaging is duidelijk aanwezig en wordt steeds urgenter. Terwijl de transitie naar groenere mobiliteit inmiddels goed op gang lijkt te zijn, is het essentieel dat die dynamiek zich ook weerspiegelt in de energetische renovatie van het gebouwenpark"