24 September 2026
Mede ondertekend door
Op donderdag 24 september kwamen de 27 Europese ministers bevoegd voor interne markt en industrie samen voor de Raad Concurrentievermogen. Een van de dossiers op tafel is EU Inc., het voorstel voor een nieuwe Europese vennootschapsvorm.
Het klinkt technisch. Dat is het niet. EU Inc. gaat over een vrij fundamentele vraag: menen we het ernstig wanneer we zeggen dat Europa één interne markt is? Vandaag is het antwoord voor veel ondernemers nog altijd: niet echt.
Wie vanuit België wil uitbreiden naar Duitsland, Frankrijk of Polen, krijgt te maken met andere vennootschapsregels, registers, procedures en interpretaties. Een bedrijf dat Europees wil worden, botst nog altijd op nationale grenzen die voor consumenten grotendeels verdwenen zijn.
EU Inc. is bovendien meer dan een ondernemingsrechtelijk initiatief. Als Europa erin wil slagen de Savings & Investments Union uit te bouwen, moeten ondernemingen niet alleen gemakkelijker toegang krijgen tot kapitaal, maar ook op Europese schaal kunnen opereren. Een geïntegreerde kapitaalmarkt veronderstelt immers een geïntegreerde ondernemingsmarkt. In die zin vormt EU Inc. een noodzakelijke bouwsteen van het bredere Europese groeiverhaal.
Het idee is eenvoudig: geef ondernemers een optioneel Europees kader waarmee ze een bedrijf kunnen oprichten en over grenzen heen kunnen laten groeien zonder telkens opnieuw van nul te beginnen. Eén Europees systeem, digitaal van bij de start, in plaats van een lappendeken van nationale procedures.
Voor veel scale-ups stopt het probleem bovendien niet bij administratieve formaliteiten. Ook de toegang tot groeifinanciering blijft vandaag nog te vaak georganiseerd langs nationale lijnen. Een onderneming die Europees wil groeien, heeft nood aan zowel een efficiënt Europees ondernemingskader als aan kapitaalmarkten die grensoverschrijdende investeringen en financiering daadwerkelijk mogelijk maken.
Dat is belangrijk voor start-ups en scale-ups, maar eigenlijk gaat het over iets veel groters: de Europese interne markt eindelijk ook als één markt laten werken voor bedrijven. En net daar dreigt het mis te lopen.
Sinds het voorstel op tafel ligt, bekijken lidstaten het logischerwijs ook vanuit hun eigen nationale systemen. Hoe zit het met belastingen? Met fraudebestrijding en witwasregels? Met werknemersrechten? Met bestaande bevoegdheden en procedures? Dat zijn legitieme vragen. Maar er zit een fundamentele paradox in de discussie.
EU Inc. is nodig omdat 27 verschillende nationale systemen niet werken voor bedrijven die Europees willen schalen. Als we vervolgens voor elke nationale bezorgdheid opnieuw een nationale procedure, controle, registratie of uitzondering inbouwen, creëren we uiteindelijk opnieuw precies het probleem dat we proberen op te lossen.
Dan krijgen we geen Europees systeem, maar 27 nationale versies van een Europees systeem. Of erger: een 28e laag bovenop de bestaande 27. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Natuurlijk moet een Europese vennootschapsvorm voldoende bescherming bieden tegen fraude en misbruik. Natuurlijk moeten werknemersrechten worden gerespecteerd. Maar de oplossing daarvoor kan niet zijn dat we Europese bedrijven opnieuw door 27 verschillende deuren sturen.
Het uitgangspunt moet net het omgekeerde zijn: wat Europees geregeld kan worden, moet Europees geregeld worden. Eén registratie. Eén digitale toegangspoort. Eén herkenbaar juridisch kader. Regels die overal dezelfde betekenis hebben. En een onderneming die niet telkens opnieuw moet bewijzen wie ze is zodra ze een grens oversteekt.
Dat is geen detail in de technische uitwerking van EU Inc. Het is EU Inc. De komende maanden zijn daarom cruciaal. De vraag is niet alleen of Europa een 28e regime krijgt, maar vooral wat er van het oorspronkelijke idee overblijft wanneer de onderhandelingen voorbij zijn. België heeft er alle belang bij om in die discussie ambitieus te zijn.
Als kleine, open economie hebben wij weinig te winnen bij een Europa waarin nationale schaal de norm blijft. Onze start-ups worden niet gebouwd voor een thuismarkt van elf miljoen mensen. Ze moeten vanuit Brussel, Gent, Antwerpen, Leuven, Luik of eender waar in België kunnen doorgroeien naar de rest van Europa zonder onderweg telkens administratief van nul te beginnen.
Voor België is een goed werkende Europese interne markt geen abstract Europees project. Het is economisch eigenbelang. Daarom moet de discussie over EU Inc. niet vertrekken vanuit de vraag welke nationale systemen maximaal behouden kunnen blijven, maar vanuit de vraag welke voorwaarden nodig zijn om Europese ondernemingen daadwerkelijk op Europese schaal te laten groeien. Indien Europa Europese kampioenen wil voortbrengen, moet het hen eerst een echte Europese thuismarkt geven.