Speech Michael Anseeuw Economic Event 2025

Stay up to date with the latest measures from the financial sector

Speech van Michael Anseeuw, voorzitter van Febelfin, tijdens het Economic Event 2025 van Febelfin.

Dames en heren, 

Mevrouw de Minister, 

 
Van harte welkom op deze eerste ‘Economic State of the Union’ van Febelfin.   

Vanavond staan we stil bij één centrale vraag: hoe bouwen we samen aan een sterke en veerkrachtige economie? Banken, bedrijven, overheden. 

Juist in deze turbulente tijden is het cruciaal dat ons land een duidelijke koers vaart. Wat ons betreft is die richting helder. 

We hebben hervormingen nodig die onze economie structureel versterken. Geen half werk dat al stopt nog voor het begonnen is. Maar wel: minder lasten en minder regels. 

Wat we absoluut moeten vermijden, zijn maatregelen die zand strooien in de motor van onze economie.  Of erger nog: ingrepen die de impact van noodzakelijke hervormingen tenietdoen nog voor ze goed en wel zijn gestart. 

Als banken willen we volop die belangrijke economische rol spelen die ons zo eigen is. Maar ik moet opnieuw vaststellen dat we dat moeten doen in een context die ons niet altijd even gunstig gezind is. 

Het begrotingsakkoord bevat enkele passages die ons als financiële sector direct aanbelangen.  

Er is de meerwaardetaks. We zullen de gevraagde rol opnemen, maar ik blijf me wel vragen stellen over de opportuniteit om steeds maar taken aan de sector uit te besteden, zoals het innen van belastingen, die eigenlijk in essentie een kernopdracht van de overheid zijn. 

En dit zou België niet zijn als je voor die extra taken dan nog eens extra wordt belast in plaats dat je er een correcte vergoeding voor krijgt. Want ik hoef deze zaal niet te vertellen dat voor het correct innen van een complexe gemoduleerde belasting wij als sector heel wat extra investeringen moeten doen. Dat wordt wel eens vergeten. 

Dat brengt mij bij de verhoging van de bankentaks. Ik zou zeggen: opniéuw een verhoging.  De Belgische banken behoren vandaag al tot de zwaarste belaste in Europa.  

Dit jaar dragen wij als sector in totaal al meer dan 6 miljard euro aan belastingen en bijdragen bij, waarvan meer dan 1,7 miljard euro aan sectorspecifieke bijdragen. De bankentaks loopt intussen op tot boven de 1 miljard euro, en wordt door de regering opnieuw verhoogd. 

Dames en heren, we zijn de grens van een fatsoenlijke bijdrage al lang voorbij. En dat heeft een prijs. Het tast onze economische rol aan. Een rol die groot is én die groot moet blijven.  

Of het nu gaat om het vermogen van gezinnen, de slagkracht van bedrijven, of de innovatiekracht van onze economie. Wij zijn als banken zijn mee de motor, de drijvende kracht. 

Als financiële sector leggen wij mee de fundamenten van een welvarend land, met welvarende burgers.  

En het is bij die fundamenten dat we tijdens deze ‘Economische State of the Union’ willen stilstaan.  

De optimist in mij zegt dat het belangrijk is om dat te doen.  

De pessimist vraagt zich af wat voor nut heeft het eigenlijk nog? 

Maar zoals Karl Popper ooit zei: “Optimism is a moral duty.” 

Dus, wat zijn dié economische fundamenten die wij als banken leggen? 

 

1) Het eerste fundament: de financiële positie van Belgische gezinnen 

 

Het eerste fundament is onze rol in de financiële positie en de vermogensopbouw van de Belgische gezinnen. 

Sterke gezinnen vormen de basis van een sterke economie. 

Wie financiële ademruimte heeft, investeert. In wonen. In kinderen. In opleiding. Het is mee de motor van duurzame groei. 

En het goede nieuws is: we doen dat als Belgen bijzonder goed. 
Belgische gezinnen behoren wereldwijd tot de welvarendste.  

Volgens de jaarlijkse ranking van UBS staan we op de derde plaats wat betreft het mediane vermogen per volwassene: gemiddeld 253.539 euro per volwassene. Alleen Luxemburg en Australië doen beter. 

Ook andere nationale en internationale studies, of het nu het Allianz Global Wealth Report is, of de cijfers van de Nationale Bank en de Europese Centrale Bank. Telkens bevestigen ze hetzelfde beeld: de Belg is vermogend. 

En dat hoeft niet te verbazen: de België is en blijft een land van huiseigenaars. Volgens de Nationale Bank vertegenwoordigt vastgoed bijna 60% (56%) van het totale vermogen van de Belgische huishoudens. Van de bijna 3.000 miljard euro aan vermogen, zit ruim 1.672 miljard in woningen. 

Het brede eigenaarschap in ons land is geen toeval. Het is het resultaat van een decennialang opgebouwd vertrouwen tussen gezinnen en banken. 

Het zijn wij, als banken, die dit brede huiseigenaarschap en dat grote vermogen van de Belgen mogelijk maken.  

Sinds begin 2020 – in volle COVID-periode - hebben wij als banken elk jaar voor meer dan 30 miljard euro aan hypothecaire kredieten verstrekt. Sinds begin 2020 zijn er in totaal voor meer dan 215 miljard euro aan hypothecaire kredieten verstrekt. 

Daarmee geven wij gezinnen de mogelijkheid om vermogen op te bouwen. Om vooruit te kijken. En om buffers aan te leggen die hen én onze economie schokbestendiger maken. 

Een economie is maar zo sterk als haar huishoudens. 
Wanneer gezinnen stevig staan, staat ook ons land stevig. 
Dan is er ruimte voor consumptie, voor investeringen, voor vertrouwen. En voor groei. 

En dat fundament wordt mee gelegd door ons als banken. 

 

2) Het tweede fundament: investeringskracht voor bedrijven 

 

Een sterke economie bouw je niet alleen met sterke gezinnen. 
We hebben ook sterke bedrijven nodig. Ondernemingen die durven investeren, innoveren, werkgelegenheid creëren. 

En om dat te kunnen, is er toegang tot financiering nodig. 
En opnieuw komen wij als banken dan in beeld. 

Wij zijn vandaag als Belgische financiële sector de belangrijkste externe financieringsbron voor onze bedrijven. 
 
Laten we de cijfers erbij nemen. 

Er staat momenteel voor 160 miljard euro aan lange termijnkredieten op de balansen van niet-financiële bedrijven. Daartegenover: slechts 61 miljard aan obligaties. Dat betekent dat banken verantwoordelijk zijn voor 72%van de lange termijnfinanciering van het Belgische bedrijfsleven.  

Als financiële sector leggen wij mee de fundamenten van een welvarend land, met welvarende burgers. 

Wanneer een Belgisch bedrijf kapitaal zoekt voor investeringen, komt het dus in drie kwart gevallen bij ons terecht.  

Terwijl de kredietgroei in de eurozone momenteel rond de 1,5% schommelt, zien we in België een jaarlijkse groei van ongeveer 4%. En in het tweede kwartaal van 2025 steeg dat zelfs tot 6%

Het overgrote deel van die groei zit in lange termijnkredieten.  
In de echte investeringen dus. In infrastructuur. In digitalisering. In vergroening. 

Deze cijfers tonen aan dat wij als financiële sector de economische groei mee dragen. 

En ook dat is geen toeval, maar het resultaat van jarenlange samenwerking en van een diepgeworteld vertrouwen tussen bedrijven en banken. Een vertrouwen dat werkt. Ook in moeilijke tijden. 
Net zoals gezinnen buffers nodig hebben, hebben bedrijven zuurstof nodig om vooruit te gaan. En die zuurstof leveren wij. 

Elke dag opnieuw. In elke sector. In elke regio. 

En dat maakt ons als financiële sector actieve mede-architecten van de Belgische economie.  

Dat is het tweede fundament. 
Een fundament dat we sterker moeten maken, niet zwaarder belasten. 

 

3) Het derde fundament: innovatie als motor van vooruitgang 

 

Dat brengt me, ten slotte, bij het derde fundament van onze economische rol als sector. En dat is onze eigen innovatiekracht. 

De Belgische banken zijn digitale pioniers. De afgelopen jaren hebben wij als sector zwaar geïnvesteerd in digitale innovatie. Investeringen die ons efficiënter maken. Toegankelijker. Inclusiever. 

Diensten die vroeger omslachtig en tijdrovend waren, zijn vandaag laagdrempelig, veilig en snel. Isabel. Payconiq. Wero. Itsme.  

Dat zijn geen buitenlandse producten. 
Dat zijn Belgische innovaties. Mee gebouwd door Belgische banken. Ten dienste van onze klanten. 

De innovatiekracht van de financiële sector loont. 
Niet alleen voor de klant, maar ook economisch. 

Dankzij onze investeringen in digitale innovatie werken we efficiënter en creëren we meer toegevoegde waarde per persoon.  

We zijn als banksector goed voor net iets meer dan 1% van de tewerkstelling in ons land, maar realiseren wél 4 tot 5% van alle toegevoegde waarde die jaarlijks in België wordt gecreëerd. 

Met andere woorden: we leveren een disproportioneel grote bijdrage aan onze economie. Omdat we efficiënter werken. Omdat we slimmer organiseren. Omdat we blijven investeren in technologie.  

En dat is niet alleen een verhaal over ons als banken. Het versterkt onze hele economie. Want wanneer de productiviteit en het economisch belang van de financiële sector stijgt, trekt dat de productiviteitsgroei van het hele land mee omhoog. 

En laat precies die productiviteitsgroei exact zijn wat we in ons land nodig hebben om onze welvaartsstaat te kunnen blijven financieren. 

Bovendien draagt de digitale vooruitgang die wij aanvuren mee bij aan onze strategische autonomie. Waar andere Europese landen voor hun betalingsverkeer nog leunen op buitenlandse technologie, ontwikkelen en gebruiken wij eigen Belgische en Europese oplossingen. 

Innovatie is voor ons als financiële sector dus geen hype. Het is daily business

En ook dat fundament zullen wij als banken in de toekomst blijven versterken. Door te investeren in de next frontiers die zich aandienen: AI en quantum computing. En ook daar voorop te lopen. 

Dames en heren, drie fundamenten.  

Drie bouwstenen voor onze Belgische economie. 
Sterke gezinnen. Investerende bedrijven. En een innovatieve financiële sector. 

Als banken, als financiële sector, nemen we ten volle onze verantwoordelijkheid op. Voor elk gezin. Voor elk bedrijf. 

Onze oproep als financiële sector is dan ook helder: 

Zie ons als bondgenoot. Als partner. 
Wij zijn er voor iedereen die ons land, onze economie, sterker wil maken. Ondernemers, politici, het middenveld. Iedereen die vooruit wil. 

Dat is voor ons ook de inzet van het debat deze avond.  

We hadden dit gesprek graag gevoerd met de Minister van Financiën in ons midden. Maar hij laat zich verontschuldigen wegens het debat over de State of the Union in het Parlement (hier even verderop). 

Gelukkig kunnen we rekenen op een andere Minister uit de Federale Regering in ons panelgesprek. Welkom, Mevrouw de Minister. Welkom ook aan de andere panelisten. 

En uiteraard, nog eens een warm welkom aan u allemaal.  

Laten we deze avond vooral gebruiken als een reflectiemoment over de keuzes die onze economie sterker maken.  

Als financiële sector zijn wij klaar om daarin voluit onze rol te spelen. Met de ambitie, de verantwoordelijkheid en het vertrouwen die ons zo eigen zijn. 

Ik dank u.