19 May 2026 - 4 min Reading time
Febelfin heeft het consumentenkrediet voor renovatiedoeleinden en energiebesparende investeringen in het eerste kwartaal van 2026 van naderbij onderzocht. Er werden ongeveer 8.400 consumentenkredieten voor energiebesparende investeringen toegekend. Dit betekent een stijging van 1,7% in aantal en van 0,8% in bedrag ten opzichte van 2025. Daarnaast kende de kredietverlening voor de aankoop van voertuigen in dezelfde periode een pauze, al blijft de financiering van ‘groene’ voertuigen verder toenemen.
In totaal werden in het eerste kwartaal van 2026 iets meer dan 19.400 nieuwe consumentenkredieten afgesloten voor renovatie, dit betekent een stijging van 5,5% in vergelijking met dezelfde periode in 2025. Enerzijds gaat het om kredieten die bestemd zijn voor algemene renovatiewerken, anderzijds om investeringen in energiebesparende maatregelen. Het consumentenkrediet voor andere doeleinden steeg in aantal met +5,4%, maar daalde in bedrag met -9% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2025.
Alle consumentenkredieten die voor specifieke doeleinden worden toegekend en die niet onder de categorieën “Voertuigen” en “Vastgoed” vallen (bv. reizen, schoolkosten, …)
De groei, in aantal, van de kredieten voor renovatie is een positief signaal voor de vernieuwing van het Belgische vastgoedpark. Hypothecaire kredieten voor de aankoop en/of renovatie van een woning worden in deze cijfers buiten beschouwing gelaten.
Kredieten voor energiebesparing, zoals de installatie van een warmtepomp, zonnepanelen of bijkomende isolatie vertonen daarentegen een vertraging. We stellen immers slechts een beperkte stijging vast: in aantal +1,7% en in bedrag +0,8% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar.
Die beperkte groei doet zich voor in een context die vrij vergelijkbaar is met die van de energiecrisis in 2022. In vergelijking met dezelfde periode in 2022 is er echter een duidelijke daling van -20,8% in aantal en -37,6% in bedrag.
Om die vergelijking beter te begrijpen, is het belangrijk om terug te blikken op 2022 met de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, waarbij de piek van kredieten met het oog op energiebesparing pas in het laatste kwartaal van 2022 werd bereikt. We kunnen dus een gelijkaardige evolutie verwachten als de spanningen in het Midden-Oosten aanhouden en deze de energieprijzen tijdens de winterperiodes beïnvloeden. Aandeel consumentenkredieten voor duurzame mobiliteit nemen toe.
Het eerste kwartaal van 2026 toont een pauze van consumentenkredieten die bestemd zijn voor de aankoop van een voertuig. Bijna 34.600 kredieten werden toegekend voor tweedehandsvoertuigen, tegenover 37.300 voor nieuwe voertuigen. Dat betekent een daling, in aantal, van -0,7% voor nieuwe voertuigen en -2% voor tweedehandsvoertuigen in vergelijking met dezelfde periode in 2025.
Binnen de duurzame mobiliteit blijft het aandeel gefinancierde ‘groene’ voertuigen toenemen. In het eerste kwartaal van 2026 werden meer dan 2.900 kredieten toegekend voor de aankoop van een nieuw ‘ecologisch’ voertuig, terwijl iets minder dan 1.500 kredieten werden toegekend voor tweedehandsvoertuigen binnen dezelfde categorie. Dat betekent een stijging van 19,3% in aantal voor nieuwe voertuigen en 182,4% voor tweedehandsvoertuigen.
De gegevens over consumentenkredieten voor de aankoop van ‘groene’ voertuigen in het eerste kwartaal van 2026 moeten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Deze periode wordt namelijk gedeeltelijk beïnvloed door het naast elkaar bestaan van twee CO₂-emissienormen.
Vanaf 1 januari 2026 definieert de nieuwe norm een ecologisch voertuig als een voertuig dat 0 gram CO₂ uitstoot. In de loop van het eerste kwartaal kunnen echter bepaalde autokredieten ter beschikking zijn gesteld terwijl de kredietaanvraag en de bestelling van het voertuig eind 2025 werden ingediend, onder de toen geldende oude norm. Die situatie verklaart dat er in de cijfers van het eerste kwartaal van 2026 voertuigen voorkomen die onder twee verschillende emissienormen vallen.
Tot en met 31 december 2025 lag de emissienorm op 50 g CO₂/km. Vanaf 1 januari 2026 is deze norm verlaagd naar 0 g CO₂/km.
“De stijgende energieprijzen door de conflicten in het Midden-Oosten, de onzekerheden rond de premiesystemen en het consumentenvertrouwen wegen op de kredietmarkten, zowel voor renovatie als voor voertuigen. De toename van de financiering voor ‘groene’ voertuigen zet zich wel voort en geeft een bemoedigend signaal voor de transitie naar duurzame mobiliteit.”